Van soldaat tot gerepatrieerde
1938-1945

Henri Snoeij

Zomer 2003

Home / Klik op een afbeelding voor een grotere weergave / Foto album / PDF versie


Inleiding

Op mijn 16de jaar ben ik gaan werken als aankomend kantoorbediende bij een groothandel in manufacturen, de Gebroeders Groenhout aan de Oppert. Ik woonde toen in de 2de Reserve Boezemstraat 13b, op de 2e verdieping met de rest van het gezin van den Donker-Snoeij. Het gezin bestond uit vader Simon van den Donker, moeder Hendrika Johanna Snoeij, en de kinderen Jan, Simon, Annie, Leen, Henri (ik dus) en Gerrit.

Oktober 1938 – Voorjaar 1939

In oktober 1938, ik was net 19 jaar geworden, moest ik me om 11 uur melden voor militaire dienst in het voormalig gebouw van de geneeskundige dienst op het Achterklooster te Rotterdam. Om 12 uur kwam er een sergeant, die riep met luider stem, dat we nu onder militaire krijgstucht stonden en moesten we in rijtjes van twee gaan staan. Vervolgens marcheerden we af via het Oostplein naar station Maas.

Oostplein

Station Maas in 1939

De trein naar Nijmegen stond klaar en om ongeveer 15.00 kwamen we in Nijmegen aan. Ik was ingedeeld in het 15e regiment infanterie in de generaal Snijderskazerne. Ik had me aangemeld bij de fietsenrijders, maar ik kwam bij de gewone infanterie terecht.

Generaal Snijderskazerne

 Nijmegen, februari 1939

Al mijn broers moesten ook in militaire dienst, broederdienst was afgeschaft. Jan kwam in Ede bij artillerie, Simon ging naar Den Bosch bij de genie, Leen ging pas later in 1939 naar vliegveld Valkenburg bij Leiden.

Op dat moment was er geen gevoel van oorlogsdreiging, Calvijn had ons immers gerustgesteld met de melding dat er niets aan de hand was.

Voorjaar 1939 – Mei 1940

In het voorjaar van 1939 kwam de buitengewone oproep uitwendige veiligheid (b.o.u.v.) vanwege de oorlogsdreiging. Hitler overwoog in 1939 Nederland binnen te vallen, maar het moment was blijkbaar ongunstig en de inval werd uitgesteld. In het voorjaar van 1939 werd ik met nog een paar soldaten naar de grens gestuurd, naar Siebengewald.

 
Grotere kaart weergeven

De stellingen aan de Maas (bron: Ph. Kempers, Spijkenisse 2001)

Siebengewald

In Siebengewald tankversperringen voorbereid door trotyl met behulp van stoffen banden aan bomen te bevestigen, je had 10 tot 15 tellen de tijd om weg te komen dan vielen de bomen om over de weg als tank versperring.
Zie http://www.leger1939-1940.nl/Fotos/opblazen1.htm.

De trotyl wordt met behulp van de stoffen banden aan de boom bevestigd.

Alle bomen langs de weg zijn voorzien van trotylpakkingen en trektouwen. Klaar om opgeblazen te worden. De schildwacht staat paraat.

Het verhaal over de stellingen aan de Maas is uitgebreid verwoord door Ph. Kempers (http://www.ak-net.nl/memoires Ph.Kempers/Ph.Kempers.htm).

De normale militaire dienstijd was 6 maanden. In augustus 1939 zou ik eigenlijk afzwaaien, maar toen kwam de mobilisatie en moest iedereen blijven. Mijn broers zaten toen ook in dienst.

Henri Snoeij (midden), juni 1939, Siebengewald

Mei 1940 – Juni 1940

10 Mei 1940 vielen de Duitsers Nederland binnen. Bij de tankversperring waren we met 2 man, maar we werden al snel krijsgevangen gemaakt en vervolgens afgevoerd naar Goch in Duitsland vlak over de grens. Aangezien ik toen nog blond haar en blauwe ogen had dachten de Duitsers dat ik ook Duitser was en werd ik ondervraagd in een jeep door een Duitse officier die wilde weten welke bunkers en/of kazematten er waren. Ik had geen antwoorden op deze vragen, maar ik kon wel meerijden. In Goch heb ik geslapen op het kerkhof. De groep krijsgevangen was behoorlijk groot, allemaal van de stellingen aan de Maas in Limburg en uit de omgeving van Nijmegen.

Alle Nederlandse soldaten werden per trein afgevoerd naar Stalag IIIB in Fürstenberg am Oder (tegenwoordig Eisenhüttenstadt). We werden in goederenwagons gestopt waar verder niets was, behalve wat luchtgaten. Het grootste deel van de reis moesten we staan. Er waren ook geen sanitaire voorzieningen, urine liep wel door de kieren in de bodem weg, maar ontlasting bleef liggen en dit veroorzaakte een behoorlijke stank. De reis duurde zeker 24 uur.

Fürstenberg am Oder

Barak in het kamp Stalag IIIB

Het kamp was opgebouwd uit barakken en was helemaal afgezet met prikkeldraad. In een barak zaten ongeveer driehonderd man met houten stapelbedden driehoog. Er was een Nederlander kamp commandant (Ph. Kemper?). Ik heb zes weken in dat kamp gezeten, het eten was slecht, de sanitaire voorzieningen waren niet meer dan een latrine. Via de geruchtenmachine hoorden we dat het kabinet en de leden van het Koninklijk Huis naar Engeland waren gevlucht. Ook was Rotterdam gebombardeerd en er waren misschien wel 30.000 tot 40.000 doden en stad was grotendeels verwoest en het Nederlandse leger had gecapituleerd. In een ander deel van het kamp zaten Poolse soldaten gevangen.

Een impressie van een barak in Stalag IIIB

Het had de Führer in juni 1940 behaagt dat de Nederlandse krijgsgevangen naar huis mochten. Weer met de trein naar Nederland gebracht. Vanuit Fürstenberg am Oder naar Doesburg en daar werden we opgevangen om wat aan te sterken en kregen we nieuwe kleding. Vervolgens door naar Rotterdam. Zoals al eerder gezegd hadden we van het bombardement van Rotterdam wel kennis gekregen, maar ik had geen idee wat het precies betekende. Terug in Rotterdam weer naar het Maas station, weer met goederenwagons, bij aankomst bezorgde de platgebombardeerde stad mij een grote schok.

Juni 1940 – Oktober 1943

Ik had bij terugkomst in Rotterdam geen werk meer, bij het begin van de oorlog was ik ontslagen bij mijn oude werkgever. Ik heb een paar weken niets gedaan, werken voor Duitsers was geen optie. In het westen van de stad was er een school voor werkeloze kantoorbedienden, je kon er diverse vakken leren zoals boekhouden, Nederlands, Engels, Duits, en administratie. Mijn broers waren ook weer terug in Rotterdam, zij waren niet zoals ik als krijgsgevangen afgevoerd, zij waren tot de capitulatie in militaire dienst geweest, daarna konden ze weer terug naar huis en ze hielden wel hun oude baan. Voor mij gold dat helaas niet. Ik heb diverse cursussen gevolgd en eind 1941 heb ik gesolliciteerd bij de gemeentelijke telefoondienst. Na twee maanden kreeg ik bericht dat ik kon komen praten en ik ben in maart 1942 aangenomen.

Oktober 1943 – December 1944

Vanaf mei 1943 werden alle mannen tussen 18 en 35 jaar verplicht zich voor werk in Duitsland aan te melden. Bij de gemeentelijke telefoondienst kwam het bericht dat er medewerkers van de telefoondienst naar Duitsland moesten om daar the gaan werken, degene die het laatst waren aangenomen moesten eerst. Ik kreeg ook een oproep. Eerst heb ik overwogen om onder te duiken, maar als je gehuwd was mocht je na 6 maanden weer terug naar Nederland, althans dat werd je voorgehouden. Ans en ik zijn, toen ik in militaire dienst ging in 1938, verloofd. In 1943 zijn we getrouwd om van de regeling gebruik te maken. Op 14 oktober 1943 moest ik naar Danzig. Mijn salaris (92 gulden salaris en 110 gulden huwelijkstoelage per maand) werd in Nederland uitbetaald en ik kreeg in Duitsland een geschafts-gebühr (zakenvergoeding) van 110 mark per maand.

Ik verbleef in een lager, een danszaal boven een café in de Karthäuser Strasse 199. Er verbleven daar meer Nederlanders, volgens mij allemaal PTT’ers, van de post, giro, en ook telefoon diensten (zowel district als plaatselijke/gemeentelijke diensten). In totaal verbleven we daar met ongeveer 50 tot 60 mensen in het lager. Ik was de Duitse taal goed machtig door mijn Mulo opleiding, de handelsavondschool en de cursussen die ik gevolgd had. De lager führer was een echte nationaal socialist met een bruin uniform, wel een aardige man, hij zorgde wel goed voor ons, o.a. voor goede schoenen.

Karthäuser Strasse

PTT’ers in Danzig

Ik werd tewerkgesteld bij het Postambt aan de Wallgasse, gewone bezorging en pakketpost. De ochtenddienst was van 06.00 tot 14.00, de middagdienst van 14.00 tot 22.00 en de avonddienst van 22.00 tot 06.00 uur. In de loop van de tijd heb ik alle diensten gedraaid. De rest van de medewerkers bij de pakketpost waren Duitse vrouwen. Vaak eerst ochtenddienst, daarna pakketen bezorgen met paard en wagen, ook bij diverse bedrijven, zoals de schoenenfabriek Salamander en een kazerne. De Duitse dames aten drie keer fruhstuck gedurende de ochtend. Ik hoefde zelf geen brood mee te nemen, want ik kreeg altijd wel wat te eten van de dames. Vlakbij het lager was een kruidenierszaakje en daar kregen we brood zonder bonnen. De klanten waren veelal alleenstaande vrouwen, omdat de man aan het front was of gesneuveld. Ook van de posterijen krengen we bonnen om in de kantine te kunnen eten. In een Gaststätte kon je nog bonloze maaltijden kopen en geld was niet echt een probleem. Vermaak was te vinden in de Tageskino, daar kon je de hele dag blijven zitten. Ik ben ook twee keer naar de opera geweest, een grijs kostuum van een collega geleend, helemaal opgedoft naar het theater. La Bohem en Hofball in Schönbrunn gezien.

Opera’s in Staatstheater Danzig

Oorspronkelijk zou ik na 3 maanden tewerkstelling in januari 1944 naar huis gaan met verlof. Alles was al in orde, paspoort, reisvergunning. De bedoeling was naar huis te gaan en daarna onder te duiken, daar was alles al voor gereed gemaakt. Het verlof zou oorspronkelijk 14 dagen duren. Helaas kwam er een verordening van de Duitse minister van posterijen (Reichspostminister) Ohnesorge dat alle verloven werden ingetrokken. De situatie in Danzig werd namelijk steeds slechter door de oprukkende Russen.

Controlekaart voor buitenlands briefverkeer

Ik heb een paar maanden bij het Postambt aan de Wallgasse, in het centrum van Danzig, gewerkt. Daarna moest ik andere diensten gaan helpen om materiaal veilig te stellen door dit naar de haven te brengen. De Russen kwamen steeds dichterbij, de ring om Danzig werd steeds kleiner. Er begon voedseltekort te ontstaan. De door het oorlogsgeweld omgekomen koeien en varkens werden ook naar de haven gebracht. De haven werd als voedselopslag gebruikt. Ik ben daar wel een flink aantal keer achter elkaar geweest. De Rode Kruis schepen met dode en gewonde Duitse militairen kwamen ook in die haven aan, dit was een vreselijk gezicht.

Openbaar vervoer kaart

Wat ook een vreselijk gezicht was dat vele Duitse soldaten en officieren deserteerden en als deze deserteurs werden opgepakt, dan werden ze direct aan de dichtstbijzijnde boom opgehangen en bleven daar zeker een paar dagen hangen. Soms wel drie of vier bij elkaar, met een briefje op het lijk dat ze te laf waren om te strijden. De bevolking probeerde dit zoveel mogelijk te negeren. Ik ging meestal met de tram van het lager in Oliva naar de Wallgasse. Op de grote laan, de Adolf Hitler Strasse, hingen de deserteurs vaak.

Ten oosten en ten zuiden van Danzig was het front, de Russen hadden Oost-Pruisen al veroverd. Op een keer toen we in Oliva in het lager waren, kwamen er een paar Duitsers aan met de melding dat we weg moesten, want er kwamen Russische tanks aan. Dit bleek echter niet waar te zijn.

De bevolking van Danzig was heel aardig, maar natuurlijk werkte het systeem van verdeel en heers ook daar. Bewoners uit Berlijn moesten naar Danzig en omgekeerd. De Nederlandse groep heeft weinig problemen met de lokale bevolking gehad. De Duitse bevolking was wel heel erg bang voor de Russische soldaten, er deden allerlei rare verhalen de ronde (ook aangewakkerd en versterkt door het regime) zoals verkrachtingen, moordpartijen en dergelijke. De meeste Duitsers boven de 40 waren geen echte nazi’s, de echte rotzakken waren de soldaten die in de Hitler Jugend waren geweest, helemaal opgefokt.

In augustus 1944 zijn we wegens een vlooienplaag van het lager in de Karthauser Strasse naar barakken in Oliva verhuisd. Na de ontsmetting van het lager zouden we weer teruggaan, maar het lager was ondertussen gevorderd. Toen moesten we in de barakken blijven.

De Russen kwamen ondertussen steeds dichterbij. Bij het postambt aan de Wallgasse waren ook schuilkelders. Ik heb samen met Dick van Woerden daar zitten schuilen voor het artillerie vuur van de Russen. Er was in de schuilkelder helaas niets te eten. Een Duitse soldaat vertelde ons dat je drie tellen rust heb na een schot, dus wij voorzichtig op weg naar een boterfabriek in de Wallgasse, waar volgens de Duitsers kaas en melk te verkrijgen was. De beheerder gaf ons echter niets want wij waren toch maar buitenlanders en we hadden nergens recht op. Moesten we toch nog zonder eten terug, op de terugweg liepen we langs een tram die geraakt was en waar de doden in en naast de tram lagen. Een andere keer zaten we in een Gaststätte te eten toen die straat werd gebombardeerd. Mensen waren tegen de muur aangekwakt. Wat een vreselijk gezicht.

In de barakken is een jongen door een granaatscherf geraakt en overleden. Dick en ik hebben een doodskist geregeld om hem te begraven, maar uiteindelijk zijn we belazerd en is deze jongen met paard en wagen opgehaald waar meer dan 20 lijken op de wagen lagen. Wij mochten natuurlijk niet mee om hem te begraven. Dit speelde eind 1944.

1945

Begin 1945 kwamen de Russen Danzig binnen. Wij werkten ondertussen niet meer. Er waren continu bombardementen en artillerie beschietingen, het was veel te gevaarlijk om te werken. Dit heeft wel een paar weken achter elkaar geduurd, alleen maar schuilen. De Russen bombardeerden steeds een straat maar dan wel volledig, de volgende dag was een andere straat aan de beurt.

De Russen die we op een gegeven moment tegenkwamen vroegen aan ons: Nemetskiĭ (Duitser)? Ik antwoordde met Gollandie. Gelukkig had deze Russische soldaat een zakagenda met een kaartje van Nederland. Ik wees Nederland aan en bleef Gollandie zeggen. Gelukkig begrepen ze dit. We moesten wel werken (rabota) van de Russen. Een transformatorhuisje moest verplaats worden. Dit was heel zwaar werk.

In de stad was het een chaos en met Dick van Woerden ben ik gewoon Danzig uitgelopen. Er kwam een Russische auto aan en we hebben gevraagd of we mee mochten en rijden en dit mocht. Een stuk verder werden we afgezet in Zoppot. We vonden daar onderdak in een aardappelkelder. Het stonk enorm in die kelder en buiten stonden Russische soldaten op wacht, waar we langs moesten sluipen om bijvoorbeeld te gaan plassen. De volgende dag kwamen we bij een station terecht, waar we van de Russen kolen moesten uitladen. De soldaten pikten je gewoon van straat op en lieten je werken, na de klus mocht je weer gaan. Je kreeg gelukkig wel altijd te eten. Vervolgens zijn we in Tsjernowitz terecht gekomen in een oude boerderij. De volgende ochtend werd ik wakker en bleek ik naast de overleden oude boerin te liggen. In Polen nog Wim Simones ontmoet, de benedenbuurman van de vader en moeder van Ans Elich in 2e Reserveboezemstraat.

Alle buitenlanders werden door de Russen verzameld. In Tsjernowitz zijn Dick en ik elkaar een dag kwijtgeraakt, maar gelukkig hadden we elkaar weer gevonden voordat we op transport gingen. Beginnend in Tsjernowitz een hele reis gemaakt in veewagons, tussen de paarden in een Russisch militair transport. Ik had een deken te pakken gekregen om me warm te houden. De reis vervolgd in personenwagons. Van Tsjernowitz via Kiev, Roemenie, Hongarije, Oostenrijk, want de Russische soldaten werden naar diverse plaatsen gebracht en wij moesten gewoon mee. Uiteindelijk (april/mei 1945) kwamen we in Odessa aan, na meer dan een maand reizen. Daar hebben we nog in de Zwarte Zee gezwommen.

In Odessa kwamen we onder de bescherming van het Engelse Rode Kruis.

Registration Record

We werden met een liberty schip vervoerd  naar Marseille, in mei 1945. Er waren veel verschillende nationaliteiten aan boord. In Marseille was Dick tolk tussen de Nederlanders en de Fransen. Vanuit Marseille met de trein naar de Belgische grens, daarna met een andere trein naar Breda, in totaal een reis van een paar dagen. De hele route samen met Dick van Woerden afgelegd.

Carte de Rapatrie

Fiche de Transport

Eind mei 1945 eindelijk weer terug in Rotterdam.


Gebaseerd op een op band opgenomen verslag verteld door Henri (Harry) Snoeij in de zomer van 2003.